Geavanceerd zoeken

Aloë vera plant

Familie: Liliáceae, valt onder Succulenten Kamer- en kasplant
Het plantengeslacht Aloe met zijn bijna vierhonderd soorten heeft vele eeuwen een belangrijke rol gespeeld in het menselijk leven. Het Griekse woord aloe betekent bitter en duidt op het sap van de bladeren, dat reeds zeer vroeg in de geneeskunde werd gebruikt; als pijnstiller, als middel tegen verstoppingen, tegen malaria en andere ziekten. De voortrekkers in Zuid-Afrika gaven het aan hun huisdieren om ze immuun te maken voor bosluizen. Koedoes (antilopen) vreten zoveel aloëbladeren, dat hun vlees er bitter van smaakt en tegelijk zijn ze daardoor minder vatbaar voor ziekten.

Een plant met geschiedenis.
Aloëblad werd reeds in bijbelse tijden gebruikt door Joden en Egyptenaren om er welriekende specerijen van te maken, zowel voor huidverzorging als voor het balsemen van lijken. De schrijver van Spreuken 7:17 laat een vrouw zeggen: 'Ik heb mijn bed welriekend gemaakt met mirre, aloë en kaneel.' Johannes 19:39-40 vertelt: 'En ook kwam Nicodemus… en hij bracht een mengsel mee van mirre en aloë, ongeveer honderd pond. Zij namen dan het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen windsels met de specerijen, zoals het bij de Joden gebruikelijk is te begraven.' (Deze balsem was waarschijnlijk afkomstig van de A. succotrina.)

Arabieren noemen aloë 'saber', hetgeen 'geduld' betekent. Vaak worden aloë's op de graven geplant als een symbool van het lange wachten op de opstanding. Aloëstengels worden uit Mekka meegebracht en boven de deur gehangen ten teken dat de bewoner de bedevaart heeft volbracht. Aloë's komen vooral uit Zuid-Afrika, waar de grotere soorten vaak het landschap domineren. Een aantal soorten wordt echter ook in andere delen van Afrika en in Zuidwest-Azië aangetroffen. Aloë Vera komt zelfs algemeen voor in Amerika, maar is daar waarschijnlijk geimporteerd en verwilderd.

Omstreeks 1700 vindt men in de Amsterdamse Hortus een tiental 'echte' aloësoorten. A. succotrina was de eerste aloë die naar Holland werd gezonden (door de gouverneur Van der Stel van de kaapkolonie). Ze werd toen beschreven en afgebeeld in 'Horti Medici Amstelodamensis catalogus'door Caspar Commelin. Het zou twee eeuwen duren voordat deze plant werd herontdekt in de kaap. Ze vormt een rozet met lange (tot 50 cm.), smalle bladeren met scherpe, dicht op elkaar staande tanden. Deze plant wordt 100 cm hoog.

Soorten Aloe Vera planten voor de huiskamer:

  • Aloe albiflóra: De witbloeiende aloë blijft klein; bladeren breed lijnvormig, 12-15 cm lang, slechts zeven in een stamloze rozet.
  • Aloe aroréscens: De boomaloë, was vroeger een kamerplant die in bijna geen enkel huis ontbrak, dankzij het feit dat deze plant rijkelijk stekken vormde, die aan buren en kennissen doorgegeven werden. De grijsgroene zwaardvormige, bochtig getande bladeren staan in dichte rozetten die 100-400 cm hoog kunnen worden. Vervanging van de oude plant door een stek zal dus soms noodzakelijk zijn.
  • Aloe aristáta:  Deze vormt stamloze, dichtbebladerde rozetten van + 15 cm doorsnee; bloemen oranjerood in 50 cm lange, trosvormige bloeiwijzen.
  • Aloe bellátula: De bellátula is eveneens kleinblijvend en bloeit met koraalrode bloemen; bladeren 10 cm lang, cilindervormig, ruw, wit gevlekt.
  • Aloe brevifólia: De brevifólia vormt driehoekige, blauwgroen bebladerde rozetten van 10 cm doorsnee; kortstammig en sterkspruitend; bloemen rood.
  • Aloe jucúnda: Dwergvorm, 0 cm doorsnee; bladeren driehoekig en donkergroen met witte vlekken, randen scherp getand; bloemen roze. Aloe párvula, kleinblijvende soort met dikke, priemvormige, blauwgroene, violet verkleurende bladeren, stekelig gerand; bloemen rood.
  • Aloe ráuhii:  Vormt kleinblijvende rozetten van 10 cm in doorsnee; bladeren lancetvormig-driehoekig, grijsgroen met donkerder groene vlekken, soms bruinachtig getint; bloemen roséscharlakenrood, vrij groot (2,5 cm).
  • Aloe squarrósa:  Deze vormt een losse rozet, tot 20 cm hoog, 5 cm doorsnee; bladeren driehoekig, groen, met witte vlekken; bloemen rood.
  • Aloe variegáta: De patrijsveer, heeft rozetten tot 30 cm hoog, drie rijen blad, de bladeren driehoekig, donkergroen met langwerpige, witte dwarsbanden; bloemen rozerood. Sinds 1700 is deze prachtige aloë in ons land in cultuur. Ze houdt niet van felle zon en er mag geen water in het hart van de rozet gegoten worden, daar de plant anders wegrot. Ze bloeit in de winter, dus ook dan altijd water geven.

 

Aloe Vera plant verzorging:
Aloevera planten groeien het best in een wat zwaardere grond van klei met bladaarde gemengd. De grotere soorten vragen brede potten om het zware wortelgestel ruimte te geven om zich te kunnen ontwikkelen. Men kan de grote soorten in de zomer enige maanden in de tuin zetten, waardoor de bladeren vaak mooi rood verkleuren. In de winter moet men over het algemeen spaarzaam gieten.
Vermeerdering kan plaats hebben door zaaien. Sommige soorten vormen spruiten, die als stek gebruikt kunnen worden. Meestal worden deze aan de basis van de moederplant gevormd en hebben daar zelf al geworteld. Men moet ze dus voorzichtig uitgraven en afsnijden om deze wortels zo veel mogelijk te behouden. Men dient de stekken in een iets zanderiger grondmengsel op te potten. De meeste aloë's groeien het beste op een niet te fel zonnige standplaats, dus op een vensterbank op het noorden of westen.